Thema : roken

Implementatie van een rookbeleid: case study

Vanaf 1 januari 2006 moeten alle werkplaatsen rookvrij zijn. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Hoe pak je dat als bedrijf aan? Op basis van het eindwerk 'Aanpak, Implementatie en Evaluatie van een Rookbeleid' een toelichting bij het rookbeleid van ING Insurance toe.

Noodzaak van een rookbeleid
Tot begin 2000 was er geen sprake van een rookbeleid bij ING Insurance. Rokers en niet-rokers zouden wel op een volwassen manier met elkaar omgaan. In toenemende mate klaagden steeds meer werknemers echter over overlast door tabaksrook. Die klachten waren soms medisch van aard, maar meestal weigerden de werknemers nog langer schadelijke stoffen in te ademen. Het is ondertussen immers genoegzaam bekend dat ook door passief roken de kans op kanker, hart- en vaatziekten, longemfyseem,... verhoogt.

Stuurgroep
ING Insurance nam het nieuwe rookbeleid op in het Jaaractieplan 2000. Het Comité PBW, dat nauw betrokken werd bij de uitstippeling van het rookbeleid, besliste een stuurgroep op te richten. In die stuurgroep zaten 1 lid van het CPBW, 1 roker, 1 niet-roker, 1 ex-roker, de arbeidsgeneesheer, de preventieadviseur, een medewerker HRM en een medewerker van de communicatieafdeling. Vanaf het eerste moment werd gekozen voor de zachte aanpak. Een heksenjacht naar rokers was uit den boze.

Enquête
De stuurgroep besliste een enquête te houden onder het personeel om eventuele probleemsituaties te vermijden en de verwachtingen in kaart te brengen. De respons op de enquête was hoog (73%). Uit de enquête bleek dat er slechts 10% rokers waren, dat 56% hinder ondervond van de rook en dat 50% achter een absoluut rookverbod stond.

Proefperiode
Op basis van de evaluatie van de enquête besliste het comité PBW dat alle gebouwen van ING Insurance vanaf 1 januari 2001 voor iedereen rookvrij werden. De rokers mochten wel rookpauzes inlassen (buiten het gebouw) en dit zelfs binnen de arbeidstijd. Het personeel kreeg informatiesessies over de resultaten van de enquête. Personeelsleden die wilden stoppen met roken kregen begeleiding van de arbeidsgeneesheer. Indien die begeleiding ondersteunende geneesmiddelen vereiste, schafte de werkgever die op eigen kosten aan. Er werd een proefperiode van zes maanden afgesproken. In die periode trad de stuurgroep kordaat op tegen inbreuken, maar over het algemeen werden de goed gecommuniceerde instructies opgevolgd. Na de proefperiode werd beslist om de rookpauzes buiten de werktijd te houden (dus telkens 'uitbadgen'). Dit had tot gevolg dat het aantal rookpauzes sterk terugliep.

Kosten en baten
Het is moeilijk de kosten en baten te berekenen van een rookbeleid. Er spelen immers te veel factoren mee, maar ING Insurance slaagde erin toch een aantal kosten in kaart te brengen (zie kader).


Wat de baten betreft, berekende het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu dat één rokende werknemer de werkgever jaarlijks 105 € kost door ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid of overlijden. Daarbij hielden de onderzoekers niet eens rekening met de kost van rookpauzes, eventuele rookruimtes, afval of brand. De kosten verbonden aan roken voor de Belgische sociale zekerheid lopen jaarlijks op tot ruim 1 miljard euro of 446 euro per rokende Belg. ING Insurance merkt ook op dat de frequentie van opfrissing (schilderen, zonnewering, ...) van bepaalde lokalen vermindert.

Belangrijk
Tijdens de implementatie van het rookbeleid bleek dat volgende punten zeer belangrijk waren:
- bij een rookverbod mogen geen uitzonderingen gemaakt worden;
- een ruime voorbereidingsperiode is nodig;
- de actie moet uitvoerig gecommuniceerd worden;
- het personeel en CPBW moeten zoveel mogelijk betrokken worden;
- de directie moet achter het rookbeleid staan.

Gebaseerd op een eindwerk van G. Canipel voor de Postacademische Opleiding Veiligheidskunde Overgangsniveau aan de Universiteit Antwerpen.